Met harp en stem

Gepubliceerd op 21 mei 2026 om 17:00

Dit artikel is geschreven ter gelegenheid van de zangavond 'Met harp en stem' op D.V. 22-05-2026 in het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente te Borssele



Het is rustig en stil in de velden van Bethlehem. Hier klinkt niet het gejoel van het soldatenleger dat zich opmaakt voor de strijd tegen de Filistijnen. Hier klinkt niet het gevloek en getier van Goliath, de reus die de God van Israël bespot.

 

Hier, in de velden van Efratha, is het vredig. De schapen grazen van het vette gras, terwijl de herders waken over de kudde, van oud tot jong. Bij de oudere mannen lijkt hun huid wel op leer: gebruind en uitgedroogd door de warme oosterse zon die hen dagelijks bescheen. Hun handen vertonen het eelt van jarenlang hard werken, dag in dag uit.

 

De jongere generatie is nog krachtig en vol leven. Ook aan hen zijn kudden toevertrouwd. Zo trekken zij van grasvlakte naar grasvlakte, zodat de schapen zich kunnen voeden met het nodige vocht en de nodige vetten. De dieren voorzien hun eigenaars van wol, waarmee kleding en doeken worden gemaakt die beschermen tegen de koude nachten en de hete zon overdag. Daarnaast dienen de schapen als voedselbron: melk en vlees worden genoten.

 

Eén jongen trekt in het bijzonder de aandacht. Een krachtige jongensstem weerklinkt over het veld:

Van Gods goedheid en oordeel wil ik zingen;
ik wil Hem schone lofpsalmen toebrengen,
daarmee dat ik God den Heer bovenal
grootmaken zal.

 

Een jongen met een harp. Een herder bij zijn schapen. Een hart dat hem dringt tot zingen. Een lied om zijn Herder te loven.

 

Wat is David toch een voorbeeld voor ons allen. Natuurlijk weten wij ook van zijn zwakheden en zonden. Ieder die zijn levensgeschiedenis kent, weet van zijn kracht én van zijn val. Dan is het niet moeilijk onszelf aan hem te spiegelen. Want wie is vrij van zonden der lust? Wie is vrij van hoogmoed en zelfverheffing? Niemand immers. Juist daarom raken de psalmen van David ons, eeuwen nadat zij gedicht werden, nog altijd in het hart.

 

Wel is de vorm veranderd. Waar David zichzelf begeleidde op zijn zelfgemaakte harp, bezetten nu zondag aan zondag organisten de orgelbanken. Maar de psalmen van David klinken nog steeds, hertaald en berijmd, iedere zondag door de kerken.

 

Nee, sterker nog: dagelijks klinken de psalmen van David. In kerken, in huizen, over velden en wegen. Er wordt gesproken over hun inhoud; zij worden elkaar toegewenst in tijden van vreugde en verdriet. De psalmen van David zijn ons lief, zeker wanneer wij ze samen mogen aanheffen. En waarom?

 

Omdat zij in eenvoud geschreven zijn. David was een mens als u en ik. Hij had naast ons kunnen zitten in de kerkbank. Wij herkennen ons in die kleine herder uit Bethlehem. Want ook wij beseffen: als de grote Herder ons niet, net als David, tot schapen van Zijn kudde maakt, zullen wij voor eeuwig ten prooi vallen aan de vorst der duisternis. Alleen door Gods blijvende genade zullen wij eenmaal, net als David, de lofzang mogen aanheffen.

 

Laten wij dat daarom vaak doen; met stem en harp, piano en orgel, orkest of a capella, met fluiten of koperblazers. Hoe dan ook: laat Gods lof klinken!

 

Moge Hij onze gezangen horen en verhoren.

 

Johannes R


Op 22 mei 2026 vindt in het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente te Borssele een zangavond plaats van Jeugdkoor David. 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.