Eens in de zoveel tijd is het zover. Na gaar en moe te zijn geweest en op de bank wat te hebben zitten dommelen, besluit je op tijd naar bed te gaan. Tijd om onder de wol te kruipen en lichaam en geest de kans te geven zich te verkwikken.
Na een snelle tandenpoetsbeurt duik je, nog half slaperig, het bed in. De deken sla je over je heen en… niets. Helemaal niets. Stil lig je daar, de ogen stijf dicht, wachtend tot de slaap je gedachten meevoert. Maar helaas: je bent en blijft klaarwakker.
Tot overmaat van ramp voel je de eerdere moeheid ook nog eens wegtrekken. Je hoofd begint weer op volle toeren te draaien.
Ja, ook mij overkomt dat. Afgelopen nieuwjaarsnacht was het weer zover. Rond half één hield ik het voor gezien. De lange, drukke oudejaarsdag had een stevige hoofdpijn achtergelaten. Zittend op de bank kreeg ik half en half mee dat het nieuwe jaar begonnen was, maar scheel kijkend vond ik het kort na middernacht genoeg geweest. Ook ik poetste mijn tanden en dook het koude bed in. Na enkele minuten veranderde mijn lichaamswarmte het kille bed in een aangename plek. Ik sloot mijn ogen, licht gefrustreerd door het geknal en gepiep dat buiten hoorbaar was.
De deuren van de hel leken zich traditiegetrouw weer te hebben geopend. Waar de jaarwisseling een nacht van bezinning zou mogen zijn op wat voorbijging, en van dankbaarheid voor het nieuwe jaar dat ons geschonken werd, klonken de vele knallen die zogenaamd de ‘boze geesten’ moesten verdrijven.
Ik had die nacht noch de zin, noch de mogelijkheden om mij daar druk over te maken. Mijn hoofd dwong mij tot rust; althans, zo leek het. Na het siervuurwerk tussen 00.00 en 01.30 uur volgde het knalvuurwerk. Geen simpele rotjes, maar explosies met ongekende kracht, die de nacht vulden.
02.00 uur
Langzaam tilde ik één ooglid op. Zucht… Misschien helpt een sanitaire tussenstop. Zo geschiedde. Terug in bed volgde poging twee. Al snel werd duidelijk dat het uitstapje niets had opgeleverd. Dan maar proberen de geest zelf tot rust te brengen. Half mediterend, lettend op mijn ademhaling, lag ik daar. Resultaat? Geen enkel. Klaarwakker.
02.30 uur
Tijdens een eerdere slapeloze nacht had ik het wereldwijde web afgestruind op zoek naar oplossingen. Het lichaam afkoelen zou de slaap bevorderen. Prima, dan doen we dat. Ik eruit. De temperatuur buiten de dekens was (kort samengevat) onaangenaam. Bibberend kroop ik tien minuten later weer onder de dekens. Nu móét het lukken…
03.00 uur
Inmiddels ben ik twee sanitaire tussenstops verder (uit verveling) en toe aan een nieuwe tactiek. Buiten nog steeds het onophoudelijke geknal van zelf ontstoken bommen. Dan maar aan saaie dingen denken. Laat ik alles bedenken over een onderwerp met een A… even denken… ananas. Nou, ik kan u verzekeren: het is verbazingwekkend hoeveel je over zo’n onderwerp kunt bedenken in zeer korte tijd. Ik had er moeiteloos een presentatie van drie uur mee kunnen vullen.
03.30 uur
Door het slaapgebrek neemt de hoofdpijn toe. De druk in mijn hoofd wordt haast ondraaglijk. Met zo’n pijn val ik niet meer in slaap, concludeer ik. Dan maar grijpen naar de medicatie. Een ibuprofennetje, een glas water, en weer stil liggen tot het begint te werken.
04.00 uur
De medicatie slaat aan. De hoofdpijn vermindert. Een zucht van verlichting ontsnapt. Nu val ik vast in slaap… nee hoor. Met een blik op de klok begin ik mij zorgen te maken. Er blijft niet veel nacht meer over.
Plots herinner ik mij het (voor mij) ultieme hulpmiddel om in slaap te vallen: een boek. Meestal kom ik niet verder dan de eerste pagina. Een boek uitlezen duurt bij mij gemiddeld drie jaar. Dat ga ik doen! Al val ik op de bank in slaap, dan rust ik tenminste uit. En zo zit ik, midden in de nacht, op de bank te lezen. Maar wat ik verwachtte, gebeurt niet. Waar ik normaal de eerste bladzijde niet haal, lees ik nu moeiteloos twee hoofdstukken. Oei… dit werkt ook niet.
04.30 uur
Ik geef het op. Slapen gaat vannacht niet meer lukken. Waar normaal rond drie uur de rust terugkeert, gaat het geknal onverminderd door. Als slapen niet wil, dan maar rusten. Beter iets dan niets.
Buiten hoor ik langzaam een verandering. Tussen de knallen door steekt de wind op. Eerst aarzelend, daarna duidelijker. Een stevige bries begint te waaien. Het lijkt alsof met de wind ook het geknal wordt weggevoerd. Heel langzaam wint rond mijn woning de stilte van de nacht terrein.
05.00 uur
Wie mijn kamer binnen zou lopen, ziet mij liggen: slapend in mijn bed. De nacht is kort (te kort) maar toch… ik slaap. De frustratie over het geld dat in één nacht werd weggeknald, over de hulpverleners die werden aangevallen, over de zielen die niet stilstonden bij de diepere betekenis van oud en nieuw: ze zijn verdwenen. Waar ik om 00.30 uur met een van pijn vertrokken gezicht in slaap was gevallen, lig ik hier nu met een glimlach. Want met de wind kwam de rust.
De schepping heeft ook deze nieuwjaarsnacht de wereld overwonnen. Tussen 04.30 en 05.00 uur is voor mij het nieuwe jaar écht begonnen.
07.00 uur
Piep, piep, piep… de wekker. Tijd om op te staan. Wie twee uur geslapen heeft, wordt daar niet bepaald vrolijk van. Toch staat er een kerkdienst op de planning. Douchen, ontbijten, en op naar de kerk…
Of toch niet?
Johannes R
Reactie plaatsen
Reacties