Sneeuwwit Jeruzalem

Gepubliceerd op 16 januari 2026 om 17:00

‘Was mij geheel, zo zal ik witter wezen 
dan sneeuw, die vers op ’t aardrijk nederviel.’
— Psalm 51 : 4

 

Toen vorige week de sneeuw het Hollandse landschap met een witte deken bedekte, klonk in mijn auto ‘toevallig’ deze psalmregel, die ik mee mocht zingen. Sneeuw, die vers op ’t aardrijk nederviel… Het is een psalm die het hele jaar door gezongen kan worden. Het is een gebed dat het hele jaar door gebeden moet worden. Toch… wie de sneeuw door het autoraam op zich af ziet vliegen, beleeft deze woorden anders dan hij die de zon in de ogen krijgt.

 

Zoals de sneeuwvlokken zijn, zo wit, zo rein, zo onbevlekt, zo moet ik worden. Ik, bevlekt met zonde. Ik, wiens hart zwart is als de nacht. Door het rode bloed dat Gods Zoon op Golgotha heeft gestort, kunnen Zijn kinderen zalig worden. Gewassen in dat bloed wordt een zwart hart wit als de sneeuw.

 

Maar die sneeuw… hoe bijzonder is het dat de psalm juist dit beeld gebruikt. Wie zich verdiept in de achtergrond van Psalm 51 weet dat deze is geschreven in Israël; een land dat wij niet direct associëren met winterse taferelen. Een land van zonlicht en warmte. Is het dan wel juist dat de berijming spreekt over sneeuw?

 

Wie de onberijmde tekst erbij pakt leest: ‘Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw. (Statenvertaling). David noemt de sneeuw dus uitdrukkelijk zelf. Maar sneeuwt het dan in het warme Israël?

 

Ja, al is het zeldzaam. De enige plaats waar vrijwel jaarlijks sneeuw valt, is op de Hermon. Deze bergketen komt veelvuldig in de Bijbel voor en wordt zelfs genoemd als mogelijke plaats van de verheerlijking (Mattheüs 17). Het is dezelfde Hermon waarvan Psalm 133 zingt: “’t Is als de dauw, die Hermons kruin bedekt”, als beeld van de liefdesgeur wanneer broeders samenwonen.

 

Ook op de Golanhoogte valt soms sneeuw. Door de hogere ligging blijft zij daar soms liggen. Golan behoort tot de landstreek Basan, ten oosten van het Meer van Tiberias; bekend als het meer van onder andere de wonderbare visvangst. Daarnaast valt er ook sneeuw in Galilea, de streek waar de Zoon van God is opgegroeid en veelvuldig heeft verkeerd tijdens Zijn omwandeling op aarde. Galilea is bergachtig en hoger gelegen.

 

Sneeuw is zeldzaam in Israël. Juist daarom is het zo veelzeggend dat David dit beeld kiest. Sneeuw is helderwit en onbevlekt. Zij bedekt de ongerechtigheid van de aarde en onttrekt die aan het oog. Maar meer nog: sneeuw komt rechtstreeks uit de hemel. Zij is een gave van God, voortgebracht door de grote Schepper van alle dingen. Wie sneeuwvlokken ziet neerdwarrelen, ziet niet slechts gekristalliseerd water; hij ziet daarin een prediking van het evangelie van Gods genade.

 

Zou koning David juist daarom de sneeuw hebben genoemd, toen hij in diepe smart Psalm 51 bad en deze woorden, eeuwen geleden, voor het eerst zijn mond ontglipten?

 

De koning kende de sneeuw wellicht ook vanuit Jeruzalem. Gemiddeld één keer per decennium valt daar sneeuw, in de stad die het hart van de wereld vormt. Dan bedekt zij straten en pleinen. Dan komt het openbare leven tot stilstand. Kinderen trekken naar buiten om sneeuwpoppen te maken. Het wordt een dag van bijzondere vreugde.

 

Dan openen tempel- en kerkdeuren zich. Dan klinken de lofzangen Christi door de straten. Dan hoor je, als het ware, de klanken van Psalm 122: “Jeruzalem, dat ik bemin, wij treden uwe poorten in; daar staan, o Godsstad, onze voetstappen, als sporen in de sneeuw.” Dan hoor je de klanken van Psalm 102: "Dus zij 's HEEREN naam geprezen, en in Sion eer bewezen; Dus hoor' elk de vreugdestem en het blij besneeuwd Jeruzalem. “

 

Maar die vreugde kan alleen volkomen zijn wanneer Davids gebed is verhoord. Wanneer ook wij met David de knieën hebben gebogen. Wanneer wij met hem hebben gesmeekt: ‘Was mij geheel, zo zal ik witter wezen dan sneeuw, die vers op 't aardrijk nederviel.’

 

Wanneer Gods Geest in het hart is komen wonen, alleen dan, kunnen wij instemmen met Psalm 135:
Sion, loof met dankb're stem
God, uw HEER’, die eeuwig leeft,
en het sneeuwwit Jeruzalem,
door Zijn woning luister geeft;
Loof Hem, voor uw heilrijk lot;
Loof al juichend uwen God!

 

Johannes R

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.