Na een nacht van strijd en zorgen (oudjaarsnacht) breekt, na het geknal van vuurwerk, eindelijk de rust aan. Na amper twee uur slaap begint in mijn oor de wekker alweer te piepen.
Met opnieuw een stevige hoofdpijn en rillend kom ik onder de dekens vandaan. Het is fris op deze nieuwjaarsmorgen van 2026. Het rillen komt niet zozeer door de temperatuur, maar veel meer door de te korte nachtrust, waardoor het lichaam energie is kwijtgeraakt die het eigenlijk hard nodig had.
Na een verwarmende douche is het lichaam weer enigszins op temperatuur. Het zwarte, driedelige pak gaat aan; ditmaal niet het zwarte strikje van oudejaarsavond, maar het traditionele witte. En waar kan men het nieuwe jaar beter beginnen dan in de kerk?
Na het ontbijt stap ik de deur uit en loop ik vol goede moed naar mijn auto: Bijbel in de hand, een snoeprol met kerksnoep in de binnenzak, die zacht rinkelt door de collectemunten.
Eenmaal bij de voor mijn woning geparkeerde auto aangekomen, weet ik in één oogopslag: ik zal de kerkdienst deze morgen niet in levenden lijve bezoeken. Aan de linkerzijde van mijn auto hangt een zwart stukje plastic, op de plek waar ooit een spiegel bevestigd was. Treurig bungelt het naar beneden, alsof het mij vertelt: ik heb de strijd van de nacht niet overleefd. Jij, chauffeur, staat misschien nog overeind na een korte nacht, maar voor mij was het een lange. Ik ben aangevallen en verminkt. Ik kan deze morgen niet verder.
Met wat duwen en trekken lukt het mij de restanten van de spiegel weer enigszins op hun plek te drukken. Een kleine zoektocht verschaft meer inzicht in wat zich deze nacht heeft afgespeeld. Voor mijn voorband vind ik de kap die achter de spiegel hoort te zitten, gespoten in de kleur van mijn auto. Op deze eerste dag van het jaar wordt de ducttape uit de schuur gehaald en de kap voorlopig bevestigd. Maar… we zijn er nog niet. Waar is het spiegelende gedeelte gebleven?
Dan maar door de knieën. En ja hoor, onder de auto ligt mijn spiegel. Duidelijk neergestort ter aarde. Maar wie de nodige misdaadverhalen gelezen heeft, ziet méér. De spiegel is namelijk niet gebroken door de val. Overduidelijk heeft een onbekende er met zijn volle gewicht opgestaan. Hij heeft de spiegel meer vernield dan nodig was.
Nieuwjaarsdag 2026. Het jaar is nog geen negen uur oud en daar zijn al de eerste tekenen van geweld: vandalisme, het moedwillig vernielen van andermans eigendommen. Nee, het is meer dan dat. Is die kapotte spiegel niet een voorbode van wat ons dit jaar te wachten kan staan?
- Zullen wij dit jaar de kerkdiensten nog vrij kunnen bezoeken?
- Zullen wij moeten vrezen voor diefstal of geweld?
- Zal de wereld zich verder keren tegen hen die zich christen noemen, en zal de verachting toenemen ten opzichte van voorgaande jaren?
Toch roept de gebroken spiegel niet alleen donkere gedachten op. Want luidt het gezegde niet: scherven brengen geluk?
Zou deze kapotte zijspiegel dan niet ook symbool kunnen staan voor hoe ons eigen ik gebroken moet worden? En zouden wij dan niet het geluk van de scherven mogen ontvangen, wanneer Hij ons dit jaar aan onszelf ontdekt?
Johannes R
Reactie plaatsen
Reacties