September is aangebroken. De laatste dagen van de warme, hete en droge zomer gaan aan ons voorbij. Wie door het bos loopt, zou denken dat de herfst al is ingetreden. De bomen hebben door de droogte vroegtijdig hun bladeren laten vallen. De bosvloer is reeds bedekt met een bruin-rood-oranje kleed van knisperende bladeren.
Het lijkt wel herfst, maar dat is het nog niet. Waar de meteorologische zomer al ten einde is, loopt de astronomische zomer nog even door tot 23 september. Vanaf die datum gaat de maand haar naam eer aan doen en treedt de herfst echt in. Maar die dagen ervoor, die dagen waarin wij ons nu bevinden… ze hebben in menig hart de creativiteit aangewakkerd. De laatste dagen van de zomer…
Zo denken wij aan Friedrich von Flotows bewerking van The Last Rose of Summer, waarin de melancholie weerklinkt om de warmte die het land heeft verlaten. De romantische melodie voert je terug naar een tuin waar de rozen heerlijk geurden, maar nu langzaam verkleuren van het vuurrood van de zomerse passie naar bruine tinten. De bloembladeren beginnen te verdrogen en worden breekbaar, net als het leven wanneer de herfst intreedt.
Niet alleen Flotow werd geïnspireerd door die laatste zomerdagen in september. Ook Catharina van Rennes, muzikante en zangpedagoge in hart en nieren, liet zich inspireren. Zij schreef, gebaseerd op een Engels gedicht, een kinderlied om het zingen te verbeteren en het plezier in zingen te vergroten. Zo ontstond een liedje waarin onze verbeelding ons mee kan voeren naar een Hollands tafereel…
Daar zitten ze. Na een lange dag in de polders van Nederland zijn ze moe geworden. Straks zal moeder hen komen halen voor het avondeten. Nog even mogen ze ongestoord buiten zijn. Vandaag hebben ze de schapen geknuffeld, hebben ze slootje gesprongen en hutten gebouwd. Vandaag hebben ze mieren een heuvel zien bouwen, kikkers horen kwaken en met de hond geravot in de modder. En nu zijn ze moe.
Met blote voetjes die vies zijn geworden, zitten ze daar, gebroederlijk naast elkaar, op het hek van het weiland. De zes klompjes liggen ervoor. Druk met elkaar pratend. Hun kinderstemmen klinken over de velden.
Moeder kijkt eens naar haar kroost vanachter het keukenraam en glimlacht. Onder de modder, rouwrandjes onder de nagels en grassprieten in het haar. Nee, netjes is haar kroost niet meer. Maar ach… straks snel even afspoelen in bad en dan aan tafel. De aardappels staan al op het fornuis, het vlees suddert in de pan.
Druk zitten de kinderen te praten. Maar waarover? Dat weet moeder niet. Wilt u het weten? Kom! Laten wij samen eens naar de drie kleutertjes gaan zitten en even meeluisteren.
De wereld is voor een kleuter nog spannend. Waar wij als volwassenen zo snel aan voorbijgaan, is voor een kleuter juist mooi en bijzonder. Ze bestuderen het nauwkeurig en leren ervan. Zouden wij hierin de kleuters niet als voorbeeld moeten nemen?
Het gesprek gaat over het geluid dat zich alom over het veld verspreidt. Een hard geluid, een scherp geluid. De krekels doen deze warme nazomerdag uitstekend hun best. Het concert van de kleine strijkers klinkt alom. De kinderen zijn er verwonderd over. De krekels spelen hun lied totdat de nacht is ingezet en de kinderen al in bed liggen.
De kleuters zijn verbaasd over het volume dat deze kleine wezentjes voortbrengen. Eén van hen vraagt zich af: “Zou dit een lied zijn om hun Schepper te loven?”
“Natuurlijk,” antwoordt een ander. “Wij hebben toch geleerd dat de Heere hen gemaakt heeft? Dat alle dieren Hem moeten loven? Dat moeten wij ook doen, hè!”
Instemmend knikken de andere kinderen.
Voorzichtig ontsnapt bij één van hen een gaap. Zijn oogjes zijn wat kleiner geworden. De vermoeidheid begint toe te slaan.
“Wat is jullie lievelingskleur?” klinkt de vraag van de ander.
Het kleine mannetje fronst zijn voorhoofd. Uhmmm… Hij krijgt het allemaal niet meer zo snel bedacht. Het meisje naast hem weet het wel.
“Roze!” roept ze enthousiast. “Ik hou van roze!”
Weer klinkt de vraag: “En jij?”
“Uhmmm…”
Slaperig speuren zijn ogen de omgeving af. Daar vallen zijn ogen op de korenbloemen, die binnenkort hun blauwe kleur aan de herfst zullen prijsgeven.
“Blauw,” antwoordt de jongen. “Mijn lievelingskleur is blauw!”
“Eten!” klinkt de stem van moeder vanuit de boerderij.
Snel springen de kleuters van het hek, trekken hun klompen aan en rennen naar de boerderij. De geur van de avondmaaltijd komt hun al tegemoet.
Drie kleine kleuterkes
Die zaten op 'n hek.
Boven op 'n hek!
Drie kleine kleuterkes,
Die zaten op 'n hek,
Op 'n wonderwarme' dag
In September.
Wel, waarvan praatten zij,
Die drie daar op het hek?
Boven op dat hek!
Wel, waarvan praatten zij,
Die drie daar op dat hek.
Op die wonderwarme' dag
In September?
't Was over krekeltjes
En kore'bloemen blauw,
kore'bloemen blauw!
't Was over krekeltjes
En kore'bloemen blauw,
Op die wonderwarme' dag
In September!
En zo komt ook voor deze kleutertjes binnenkort een einde aan de zomer. In de originele Engelse variant van dit lied zitten een paar verschillen. Daar gaat het specifiek over drie meisjes; de Nederlandse variant laat dit bewust in het midden. Ook spreken de kinderen niet over krekeltjes of korenbloemen… daar gaan de gesprekken over kraaien en koren.
Maar waar de gesprekken ook over gaan, waar de kinderen zich ook bevinden en of het nu jongens of meisjes zijn… stiekem is in mijn hart het verlangen gegroeid om ook in een korte broek, met blote voeten onder de modder en met een T-shirt vol vlekken bij de kinderen op het hek te gaan zitten. Om te praten over de natuur en de simpele dingen van het leven.
Gaat u mee? Kom je naast mij zitten?
Wie weet heffen wij dan ook samen dit lied aan!
Johannes R
Reactie plaatsen
Reacties