Passie&Pasen - Wierook en Mirre

Gepubliceerd op 20 maart 2026 om 17:00

Tijdens de lijdenstijd van 2026 dringen geuren uit verleden, heden en toekomst onze neusgaten binnen en bezetten zij onze gedachten.

 

De brandoffers en reukoffers hebben eeuwenlang gebrand. Zij wezen heen naar Hem Die komen zou: de lijdende Borg van Zijn kerk. De priesterdienst in het oude Israël, door God Zelf ingesteld, moest eens tot een einde komen; namelijk wanneer Gods Zoon Zelf op aarde zou verschijnen, om te lijden, te sterven en op te staan, en zo de dood en de zonde van Zijn volk te overwinnen.

 

En toen…

 

In de nacht turen enkele wijzen, geleerden uit het oosten, naar de hemel. Helder straalt daar een ster in het duister; een ster die zij nooit eerder zagen, helderder dan alle andere. En zij voelen het in hun hart: deze ster moeten wij volgen. Deze ster zal ons brengen tot de Koning.

 

Haastig verzamelen zij hun proviand. Kostbaarheden nemen zij mee, als geschenk voor de Koning Die zij nog niet kennen. Te paard en per kameel trekken zij op weg, de ster achterna; met spoed, maar ook met volharding. De reis is lang; schattingen lopen uiteen van een maand tot zelfs twee jaar.

 

Eindelijk komen zij in Jeruzalem, de hoofdstad van het rijk. Maar daar vinden zij geen pasgeboren Koning; alleen Herodes. Hij verwijst hen door naar Bethlehem.

 

En daar vinden zij Hem.

 

Geen paleis, maar een eenvoudig huis. Geen hofhouding, maar eenvoudige ouders. En terwijl de wijzen neerknielen om Hem te aanbidden, dooft de ster aan het firmament. Haar taak is volbracht.

 

Zouden er geen tranen gevloeid hebben? Hem, Die zij niet kenden maar moesten eren, mogen zij na een lange en vermoeiende reis aanschouwen. Een Kind, klein in gestalte, maar groot in betekenis. Wat moet er in hun hart zijn omgegaan? En hoe zal het zijn met ons hart, wanneer wij Hem mogen aanschouwen?

 

De heidense wijzen kunnen niet anders dan de Koning ook op aardse wijze eren. Zij openen hun schatten en leggen hun gaven neer.

 

Overrompelde ouders, kan ik mij zo voorstellen. Op een onverwacht moment staat er een groep mannen voor de deur, uitgedost in Arabische kledij, met lange baarden en ogen vol verwachting. Zouden Jozef en Maria niet verbaasd zijn geweest? Zouden ze niet vol vragen hebben gezeten bij de eerste aanblik van de bezoekers?

En meer: zouden ook bij hen niet de tranen in de ogen hebben gebrand toen ze de wijzen in aanbidding op de knieën zagen vallen? Want op dat moment moeten ze het beseft hebben: wij mogen en moeten allen Hem aanbidden. Welk ras, volk en natie wij ook toebehoren.

 

Wat ze meebrachten? Mattheüs 2:11 zegt: “En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.”

 

Het eervolle maar ook praktische goud. Het arme gezin kon zichzelf met het goud onderhouden. Jozef, de timmerman, was ver van zijn werkplaats verwijderd, hij was immers nog in Bethlehem, niet in zijn woonplaats Nazareth. Derhalve zullen de inkomsten uit werk schaars zijn geweest.

 

Maar naast het goud waren daar twee andere gaven: geurende gaven. Harsen, gewonnen uit bomen en struiken uit het oosten.

De eerste was wierook, afkomstig van de boswelliaboom, onder andere te vinden in India en het Arabische schiereiland. De geur is kruidig, aards en licht citrusachtig. Brandend verspreidde het de geur, in vaste vorm werd het gebruikt ook geneesmiddel tegen verschillende aandoeningen; tot op de dag van vandaag.

 

Wierook verwees naar het Goddelijke en geestelijke. Ook in de tempeldienst te Jeruzalem werd het gebruikt als één van de ingrediënten op het reukofferaltaar. De opstijgende rook was een beeld van het gebed dat opgaat tot God.

 

Ten slotte was daar de mirre, afkomstig van de commiphora-boom, die groeit in Noordoost-Afrika. Mirre heeft een kruidige, bittere, licht rokerige geur. Net als wierook kent ook mirre medicinale en geurige toepassingen; het werd gebruikt in parfums en balsems.

 

Maar de betekenis van mirre is anders.

 

Waar wierook wijst op het Goddelijke, wijst mirre op het menselijke: op lijden en sterfelijkheid. Het is, meer nog dan goud en wierook, een aangrijpende gave. Waarom brachten de wijzen juist deze gave? Wat hebben zij verstaan van de lijdensweg die dit Kind gaan zou?

 

Want de geur van de mirre die zich daar door het huis te Bethlehem verspreidde rook Maria ook.

 

Psalm 45:4:

Hoe ruikt de mirr' en kassie wijd en zijd,
En d' aloë, wier geur uw ziel verblijdt!

 

Daar was het tot zielsvreugde. Maar diezelfde geur zou Maria opnieuw ruiken, tot grote smart. Want 33 jaar zou die geur haar ten diepste bedroeven.

 

Johannes R

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.