Daar was laatst een meisje loos (1/2)

Gepubliceerd op 17 april 2026 om 17:00

De ruwe en onstuimige zee. Zeker in de tijd van de Verenigde Oost-Indische compagnie en West-Indische Compagnie trok de zee. In ons kleine landje beseften wij heel goed dat rijkdom ontstond door handel. Dat welvaart verzekerd kon worden door anderen voor ons te laten arbeiden; bij voorkeur in verre oorden. Daarnaast trok het leven der avonturen.

 

De verhalen uit de overlevering van hen die de wereldzeeën bevoeren, deden verlangen naar het zien van tropische oorden. Voor de jongens geen probleem. Zodra de eerste stoppels zichtbaar werden, konden zij aanmonsteren en de zee op. Het ruwe zeeleven was, zeker voor degenen die dicht bij de zee leefden, een aanwezige optie. Voor de meisjes een stuk minder. Zij bleven thuis. Zij zagen geen verre oorden. Zij zorgden voor de kinderen en het huishouden.

 

Maar rebellie is van alle tijden. Ook in de Gouden Eeuw. En het verlangen van sommige meisjes was zo sterk…

 

Het liedje waar dit artikel over gaat en dat wij de kinderen aanleren, is een gekuiste versie van het origineel. Verschillende coupletten zijn geschrapt. Maar om het verhaal achter het liedje uit te leggen, kan ik die niet weglaten. De boodschap zou anders onduidelijk worden.

 

Wel hanteer ik in dit artikel de meest gangbare versie van het liedje. Er zijn ook versies bekend die zo gezongen konden worden dat ze gebruikt werden om het tempo van het roeien aan te geven. Na het eerste couplet publiceer ik niet de herhalingen, maar enkel de tekst. Daarnaast verschijnt dit artikel in twee delen, vanwege de lengte.

 

Daar was laatst een meisje loos
Die wou gaan varen, die wou gaan varen,
Daar was laatst een meisje loos
Die wou gaan varen voor zeematroos

 

Daar ging ze. Haar haren waren geknipt, haar lichaam stevig ingebonden. Ze droeg geen jurk meer, maar mannenkleding. Ze liep sjokkend over de plank het schip op. Met een lage, nagebootste stem, kauwend op een pruim tabak, klinkt het: “Ik kom mij aanmelden om mee de zee op te gaan. Ik ben matroos!” Een vluchtige blik op de tengere matroos is voor de kapitein voldoende. “Prima, begin maar met het dek te schrobben!” De plank wordt weggehaald, het anker gelicht. Het schip kiest het ruime sop. Wanneer de haven uit zicht verdwijnt, begint voor haar het avontuur. Dat de mannen een vrouw meenemen op de reis, weten ze niet. Ze is één van hen. In haar hart groeit de trots. Het is haar gelukt iedereen te overtuigen. Niemand heeft haar doorzien. Ze gaat verre oorden zien. Haar avonturiershart vult zich met verwachting voor de onbekende wereld waarin zij terecht zal komen.

 

Zij nam dienst voor zeven jaar
Omdat zij vreesde voor geen gevaar.

 

Maar was het meisje niet wat overmoedig? Aanmonsteren voor zeven jaar… is dat niet wat heftig? Nu is ze nog jong, nu weet ze haar lichaam nog te verbergen. Maar zal ze dat volhouden?

Daar denkt ze niet over na. De zeereizen duren lang. Aanmonsteren voor zeven jaar… dat is wat ze wil en wat ze doet. En terug kunnen ze toch niet. Ze zijn immers midden op zee.

 

Zij nam mee haar kist aan boord
Gelijk ook een jonge(n) matroos behoort.

 

Om niet op te vallen past zij haar hele leven aan. Ze doet net als de mannen. Iedere matroos neemt een stevige houten kist mee aan boord. Daarin worden persoonlijke bezittingen opgeborgen: extra kleding, verzorgingsmiddelen en herinneringen aan thuis. Tijdens de reis zijn ontberingen hun lot. Heimwee kan dan sterk opspelen. Een tastbare herinnering aan thuis biedt troost.

Toch vraag je je af wat er in de kist van het meisje zit. Want een meisje heeft nu eenmaal andere behoeften dan een jongen.

 

Zij moest klimmen in de mast
Maken de zeilen met touwtjes vast.

 

Als matroos moet je de taken uitvoeren die daarbij horen. Je klimt in het want om de zeilen te zetten of te reven. Je zorgt dat ze niet scheuren in de harde wind. Hier heeft het meisje misschien een voordeel: ze is lichter en behendiger. Ze klimt makkelijker omhoog. Zou ze daarboven, in de mast, haar pet wel eens hebben afgezet en haar steeds langer wordende haar in de wind hebben laten wapperen?

 

Maar bij storm en tegenweer
Sloegen de zeilen van boven neer.

 

Ze was onervaren. Ze was niet grootgebracht met de geheimen van de scheepsknopen. Ze had niet de kracht die de mannen in de armen hadden. Daardoor was het zeil niet goed vastgemaakt. Toen de wind aanwakkerde en de golven hoger werden, had het vanaf de steven geklonken: “Reef de zeilen!” Alle matrozen waren het want ingeklommen en hadden snel de zeilen opgerold en vastgeknoopt met touwtjes. Ook het meisje. Maar haar kracht had haar in de steek gelaten. De knopen zaten niet strak genoeg. En toen de wind rukte aan de zeilen, hadden de knopen zich ontrafeld. Het zeil sloeg open. Slechts één rukwind ging erover; gekraak weerklonk. Het scheurende geluid van het zeil kwam boven het windgeraas uit en deed het neerslaan op het dek.

 

Een woedende kapitein ziet het alles aan. Hij is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn bemanning. Hij is verantwoordelijk voor het voltooien van de reis en het vervoeren van de kostbaarheden, in opdracht van de Compagnie. “Wie heeft de zeilen niet goed vastgemaakt?” buldert hij. Schoorvoetend komt er een matroos naar hem toe. “Ik was het, kapitein!” klinkt het droevig. “Meekomen!” klinkt het bevel. Daar betreden kapitein en ‘matroos’ de kapiteinshut.

 

Zij moest komen in de kajuit
Voor een pak ransel, trekken de bovenkleren uit.

 

“Je bent onvoorzichtig geweest!” klinkt het bars. “Door jouw onvoorzichtigheid hadden we kunnen vergaan! Door jou is het zeil kapot. Als jij beter had opgelet, was dat niet gebeurd. Hoe durf je?” De handen van de kapitein ballen zich tot vuisten. Hij staat dreigend voor de matroos. “Ik zal je leren deze fout nooit meer te maken! Trek je bovenkleren uit!”

 

De kapitein draait zich om en loopt naar zijn bureau, op zoek naar een middel om de ontblote rug van zijn matroos af te ranselen als straf voor de tekortkoming. Zacht ging het er niet aan toe in die tijden. De stok gevonden hebbende, draait hij zich om, in de verwachting een gehoorzame matroos te zien, met ontbloot torso, wachtend op zijn straf. Hoe anders verging het hem.

 

Johannes R


Lezen over andere kinderliedjes? Dat kan!

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.