Zolang ik mij kan herinneren, hief ik de zang aan. In psalmen en geestelijke liederen. Maar het hart van een opgroeiend kind verlangt ook wel eens naar iets woesters, iets uitdagenders. In onze kast stond een bundel zangliederen, getiteld: Kun je nog zingen, zing dan mee! Een verzameling vaderlandse liederen en ander dichtwerk van Hollandse bodem. Liederen waarmee menig voorvader is opgegroeid.
Ze vertelden over ons land en zijn natuur, over hoe wij als kinderen van oudsher speelden in de weilanden en hoe onze voorvaderen heldendaden verrichtten. Eén van de liederen uit die bundel was mij zeer bekend. Ik zong het regelmatig. Kent u het lied Wie gaat er mee over zee? nog? Op het eerste gezicht zou je zeggen: een lied voor zeevaarders. Maar dat klopt niet helemaal. Het was tevens een lied dat op scholen weerklonk om kinderen, en dan vooral jongens, te onderwijzen. Om hun de belangrijke waarden van vaderlandsliefde, moed en standvastigheid bij te brengen. Om jongens tot mannen te vormen.
Bijzonder aan dit lied is dat de wijs afkomstig is uit de Valerius Gedenck-clanck, terwijl de tekst ruim twee eeuwen later werd geschreven door dr. Abraham Dirk Loman. Met hem kiezen wij het ruime sop. Ga je mee?
Wie gaat mee, gaat mee over zee?
Houd het roer recht!
Fris blaast de wind langs de ree,
Blijft g'in 't nest in 't nest met de rest,
Houd het roer recht!
Ons lijkt de zee het allerbest.
Wie wat worden wil, wel die zit niet stil,
Neen, hij trekke 't zeegat uit,
Zie, hem wacht rijke buit.
"Wie gaat er mee?" Helder en duidelijk klinkt de oproep. Wie hoort de roep van de zee in zijn oren weergalmen? Welke man, jongen (en in 2026 ook vrouw of meisje) durft het aan? Nee, misschien moet ik het nog helderder zeggen: wie is het waard om naar zee te gaan?
Het is voor iedereen weggelegd. Er moet liefde zijn voor de zee, moed om de gevaren te trotseren en standvastigheid om zich aan de leiding te onderwerpen. Ook aan de Leiding met een hoofdletter; daar kom ik later op terug.
Maar kom op, wij gaan! Kom eens uit dat bed waarin je ligt te wachten tot de dag voorbij is. Sta op van de stoel waarop je maar blijft hangen. Spoor jezelf aan als de zin ontbreekt. Trek jezelf uit het slob!
"Houd het roer recht!" Een oproep die zich acht keer in dit lied herhaalt. Letterlijk is het voor de stuurman een belangrijke opdracht. Want wie het roer niet recht houdt, vaart te pletter op de rotsen of botst op een passerend schip. Maar wees ook standvastig. Recht die rug! Sta voor je waarden en normen. Heb eigenwaarde. Gooi geen parels voor de zwijnen. Wees zuinig op je identiteit en gooi je reputatie niet te grabbel. Laat verleidingen en angst je leven niet beheersen. Blijf trouw. Aan jezelf, aan de wetten van het land, maar bovenal aan Gods wet. Wijk niet van de rechte paden.
"Fris blaast de wind langs de ree." Geen schip blijft altijd varen. Op een dag meert het aan. Vaak op de winderige rede. Daar vindt het schip rust na zijn tocht. Ook ons levensschip blijft niet altijd varen. Op een dag meert het aan. Maar in welke haven? Een veilige haven of een gevaarlijk oord?
"Blijft g'in 't nest met de rest." De schoolkinderen zitten stil te luisteren naar de oproep om naar zee te gaan en aan te monsteren op de schepen. Plots klinkt deze vraag. Sommigen beginnen te grinniken, anderen schuiven onrustig op hun stoel heen en weer; zij voelen zich aangesproken. Want het nest waarover gesproken wordt, is tweeledig.
Hoe vaak klinkt het ook in onze tijd niet: "Ik blijf nog even in mijn nest liggen." Zwetend en stinkend vergaat het hem of haar die het bed niet verlaat. Die daar blijft liggen, terwijl inzet en het gebruik van talenten achterwege blijven.
Ook het kraaiennest boven in de mast wordt niet genoemd. En toegegeven: het kan spannend zijn in dat nest wanneer de stormen woeden en het schip van links naar rechts zwiept. Dan houden de matrozen zich stevig vast om niet overboord te slaan. Zij hebben geen keuze; langs de touwen afdalen zou een gewisse dood betekenen.
"Ons lijkt de zee het allerbest! Wie wat worden wil, die zit niet stil; hij trekt het zeegat uit, waar hem rijke buit wacht."
Slome duikelaar, luie toehoorder, nogmaals: kom, ga mee! Word een man of vrouw die voor anderen tot voorbeeld kan zijn. Zit niet stil, maar wees actief en getrouw. Heldhaftig en hardwerkend. Want wie zich inzet, wacht succes, beloning en aanzien. Ook op geestelijk terrein past ons geen berusting, maar een ernstig en vlijtig gebruik van de middelen. Blijf niet berusten, maar arbeid liever!
Zo wordt een eenvoudig schoollied een oproep die ook vandaag nog klinkt. Wie wat worden wil, zit niet stil. Hij neemt met vlijt zijn arbeid waar.
Dan gaet de mensch bevrijet van gevaer
Dat hy met vlijt syn arbeyt neme waer
Psalm 104 : 12
Johannes R
Reactie plaatsen
Reacties