De roep van de zee

Gepubliceerd op 10 juli 2026 om 17:00

Bij deze zomer hoort de zomervakantie. Een jaarlijks terugkerend fenomeen waar kinderen met verlangen naar uitzien en waarbij ouders zich afvragen: hoe gaan wij die zes weken vakantie doorbrengen?

Dagtripjes worden gepland, vakantiereizen zijn besproken of we laten ons verrassen door een lastminuteboeking die ons brengt op plaatsen die wij nog niet kennen.

Nieuwe steden en natuurgebieden trekken de komende weken aan onze ogen voorbij, in binnen- en buitenland. Wij zien straten, velden, culturen, kleding en dieren die wij eerder niet aanschouwden. Wij verbazen ons erover.

Nieuwe geuren dringen onze neusgaten binnen. Van de muffe geur van het vakantiehuisje tot de verstikkende vetlucht van de braadworsten die op de Duitse markt gebakken worden. Van de delicate noten van de rode wijn in de muffe kelder van een château op het Franse platteland tot de zweetgeur van de zonaanbidder die naast ons op een strandlaken ligt en eigenlijk wel weer eens een duik had mogen nemen.

Waar onze voeten normaal in keurige lederen schoenen zijn gestoken, lopen wij op slippers over de boulevards. Wij schoppen de slippers uit om het zand tussen onze tenen te voelen en ontdekken vervolgens dat zand behoorlijk warm kan zijn wanneer de zon erop heeft geschenen. Door de korte mouwen en korte rok of broek waait een zomerbriesje langs onze armen en benen. Het kietelt. Een licht gevoel van ongemak maakt zich van ons meester. Maar toch voelt het met de zomerse temperaturen heerlijk verkoelend. (Gelukkig komen wij op ons vakantieadres toch geen bekenden tegen; ze zouden wel denken...)

Midden in het bos horen wij vogelgeluiden die wij niet herkennen. Midden in de stad passeren vakantiegangers ons druk overleggend. Nee, het was geen Duits, Vlaams, Frans of Engels. Waar die vandaan kwamen?.

Midden in het oerwoud van Borneo horen wij inheemse bewoners spelen op instrumenten die wij nog nooit gezien hebben. Wanneer wij in Noorwegen een wandeling maken, horen wij plotseling geritsel achter ons in het kreupelhout. Gealarmeerd blijven wij stilstaan. Is het een beer of een wolf? Maar nee; een vriendelijk kijkende eland kijkt ons aan, draait zijn kop en verdwijnt weer tussen de bomen.

De zomer van 2026; onze zintuigen zullen weer volop gestimuleerd worden. Maar het lijkt wel of één zintuig, zo aan het begin van de vakantie, de boventoon voert: ons gevoel. Want de temperaturen in ons kikkerlandje stijgen tot hoogten waarbij zelfs de kikkers de tong uit de bek laten hangen om, liggend op een lelieblad, af te wachten tot de zuurstof in de lucht lijkt terug te keren en de koelte van de avond het weer dragelijk maakt om te bewegen.

Die warmte... zij speelt ons parten. Wij zijn er als echte Hollanders niet aan gewend. De zweetplekken onder de armen zijn donker, de kragen van de overhemden kleuren geel. Wij spuiten deodorant om de zweetlucht te maskeren, maar gaan er eigenlijk alleen maar meer van stinken. In ijswinkels draaien de machines overuren, in supermarkten staan de winkelwagentjes in de rij voor de koeling om heel even een moment van verkoeling te ervaren. De bibliotheken worden ontmoetingsplaatsen van mensen van allerlei pluimage; daar draaien de airco's immers op volle toeren.

Zeker in het binnenland is de warmte drukkend en zwaar. Daar is nauwelijks verkoeling te vinden. Gezegend is hij die woont op een plek dicht bij de kust. Daar waait altijd de zeewind. Daar vindt men verkoeling in het zilte water. Daar ontmoet men vrienden en familie. Daar waait men uit na een kantoordag, want ja, er zijn ook genoeg mensen die gewoon moeten werken tijdens de vakantie.

Wie dan op de duinen staat of over het strand loopt, kan zomaar worden gegrepen door de zee die zich voor hem uitstrekt. De golven die onafgebroken af en aan rollen. Het schuimende zeenat dat stuk slaat op de zeedijk. De zilte geur van het water, die in ons een oerneiging doet ontwaken.

Dan begint die zee in ons hart te bruisen. Dan horen wij door de zeewind heen de roep: "Komt tot het water!" Dan verlaten wij huis en haard om die zee te bevaren, om haar te leren kennen, om haar waar mogelijk te bedwingen en om haar geheimen en gevaren te ontdekken. Dat alles in de voetsporen van hen die ons voorgingen.

Wie gaat mee, over zee?

Johannes R

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.