De roep van de zee (3)

Gepubliceerd op 24 juli 2026 om 17:00

En, bent u ingestapt? Gaat u mee over zee?

Want wij zijn op een aansporende wijze tot actie gemaand. Wie die stap neemt en gehoor geeft aan de roep van het water gaat naar zee. Hij pakt zijn boeltje bij elkaar en begeeft zich naar de haven. Daar monsteren de mannen en vrouwen aan, gereed om de wal vaarwel te zeggen.

Op de kade neemt men afscheid van de geliefden. Daar kust men de achterblijvers, pakt men elkaar nog één keer stevig vast en drukt men de zeevaarders op het hart voorzichtig te zijn. Want de zee is vol gevaren. Niemand weet of hij zijn geliefden terug zal zien. Dit moment van afscheid draagt men mee in het hart wanneer men de loopplank betreedt en het deinen van de golven onder de voeten voelt.

Bij de hand, bij de hand voor het land,
Houd het roer recht!
Zo klinkt het luid van alle kant.
Voor U uit het oog en omhoog,
Houd het roer recht!
Dat U geen storm verrassen moog,
Met het oog in 't zeil en voor niemand veil,
Stuurt de zeeman 't zwemmend paard,
Nooit voor iemand vervaard.

“Bij de hand voor het land.” Daar steekt het schip van wal of vaart het de baai uit waarin het lag afgemeerd. De achterblijvers zwaaien het na met zakdoeken, opgestoken handen en tranen in de ogen.

Eén van de gevaarlijkste momenten voor een schip is het naderen van de kust. Op open zee kan een schip omslaan, maar het vaart niet snel ergens tegenaan. Hoe anders is dat dicht bij het land. In vroeger tijden lagen daar zandbanken en verraderlijke rotsen op de loer. Tegenwoordig zijn de vaargeulen uitgebaggerd en zorgvuldig gemarkeerd.

Toch klinkt vanaf de kade de oproep: "Bij de hand voor het land!" De uitdrukking bijdehand zijn is ons niet vreemd. Wij denken al snel aan iemand die overal een antwoord op heeft en dat ook graag laat merken. Toch ligt daarin ook de kern van deze oproep: wees bijdehand. Wie zich veilig op zee wil begeven, moet verstandig en bedachtzaam navigeren om het open water te bereiken zonder op de rotsen te pletter te slaan.

"Houd het roer recht!" Een oproep die zich acht keer in dit lied herhaalt. Letterlijk is het voor de stuurman een belangrijke opdracht. Want wie het roer niet recht houdt, vaart te pletter op de rotsen of botst op een passerend schip. Maar wees ook standvastig. Recht die rug! Sta voor je waarden en normen. Heb eigenwaarde. Gooi geen parels voor de zwijnen. Wees zuinig op je identiteit en gooi je reputatie niet te grabbel. Laat verleidingen en angst je leven niet beheersen. Blijf trouw. Aan jezelf, aan de wetten van het land, maar bovenal aan Gods wet. Wijk niet van de rechte paden.

“Zo klinkt het luid van alle kant.” Natuurlijk, de oproep komt vanaf de kade. Daar staat het achtergebleven publiek de zeevaarders aan te sporen om op te letten en, zo de Heere wil, veilig terug te keren. Maar ook aan boord klinkt voortdurend de aansporing om waakzaam te zijn.

Een schip is een wereld in het klein. Of het nu een galjoen, een roeiboot, een oorlogsschip of een cruiseschip is: de opvarenden brengen er met elkaar een periode door. De hiërarchie aan boord is belangrijk, maar ook de onderlinge zorg. Men wijst elkaar erop voortdurend oplettend te blijven, want gevaar dreigt altijd. Daarin zijn de mensen aan boord een voorbeeld voor hen die aan de wal leven. Ook hier dreigt het gevaar voortdurend, zichtbaar én onzichtbaar. Ook wij moeten elkaar daarop wijzen en elkaar tegelijk wijzen op de weg tot redding.

“Voor U uit het oog en omhoog.” Daar gaan ze. Vanaf de wal zakt het vertrekkende schip weg achter de horizon en verdwijnt de mast langzaam uit het zicht. Voor de zeevaarders gebeurt hetzelfde, maar dan met het land achter zich. Wanneer de laatste toppen van bomen en kerktorens aan de horizon verdwijnen, begint de tocht. Niets om hen heen dan water. Eindeloos blauw. Een meeuw vliegt voorbij. Een witte streep tussen de wolken verraadt dat hoog boven hen vliegtuigen passeren. Maar aan boord is de reis begonnen. Daar vangen de werkzaamheden aan. Wat zal de toekomst brengen?

Opvallend is dat de U in dit lied in veel uitgaven met een hoofdletter wordt geschreven. Die toekomst ligt immers in Zijn handen.

Klinkt in het hart van de opvarenden de verzekering: "Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heeren hand"? Of is het anders? Is het hart vervuld van angst? Dan richt men de blik omhoog. Dan ziet men de wolken die het weer voorspellen en door de wind worden voortgejaagd. Dan ziet men overdag de zon en 's nachts de maan. Dan blinken op een heldere avond ontelbare sterren aan het firmament. Ontelbare herinneringen aan Gods trouw, Die aan Abraham beloofde dat zijn nageslacht zo talrijk zou zijn als de sterren des hemels. Dan richt men aan boord het oog omhoog. Zeker wanneer de wolken donker kleuren en een storm zich aankondigt. Dan komen bij de zeelieden de woorden in gedachten die zij eens aanhieven: “Wij slaan het oog tot U omhoog, die ons in angst en nood, verlossen kan.”

“Dat u geen storm verrassen moog met het oog in het zeil voor niemand veil.” Het oog moest omhoog. Voorbij het uitspansel tot Hem, maar ook naar de wolken. Zeker in vroeger tijden, toen radar en gps-apparatuur nog niet bestonden, was de hemel de belangrijkste leermeester van de zeevaarder. Aan de stand van zon en sterren bepaalde men de koers; aan de wolken kon men vaak zien welk weer op komst was.

De natuur is grillig, zeker op de oceanen. Het weer kan plotseling omslaan. Oplettendheid is een noodzaak om te overleven. Steeds moet men de lucht en de zeilen gadeslaan, en dat voor niemand veil. Een oud-Nederlands woord dat hier betekent: zonder zich door iemand te laten afleiden.

“Stuurt de zeeman ‘t zwemmend paard, nooit voor iemand vervaart.” Nee, vervaart (bang) is de doorgewinterde zeeman niet. Niet omdat hij het gevaar niet kent, maar omdat hij ermee heeft leren leven. Zijn huid is gebruind door de zon. Zijn handen zijn ruw van de touwen die er dagelijks doorheen glijden. Hij kent de zee en bestuurt zijn schip met vaste hand. Soms spoort hij het aan om tegen de wind in te gaan, soms laat hij het rustig uitlopen over een kalme zee. Hij zorgt voor zijn schip zoals een ruiter voor zijn paard. Want het schip houdt hem in leven. Zoals een paard zijn berijder draagt, zo draagt het schip de zeeman over de golven. Maar ook een schip heeft leiding nodig.

En dat geldt niet minder voor de zeeman zelf. Al vertrouwt hij op zijn jarenlange kennis en ervaring, zonder Gods leiding zouden noch de zeeman, noch zijn schip ooit veilig de haven bereiken. Zonder Zijn leiding zou ook het levensschip van de stuurman nooit behouden aankomen, maar voor eeuwig verloren gaan.

Zo moet het vertrouwen van iedere zeevaarder niet op het schip, maar de Schipper zijn gesteld, immers:

Die op een moedich peert vertrouwet
Bedriegt hemselven alte seer.

Psalm 33 : 9

Johannes R

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.