De roep van de zee (4)

Gepubliceerd op 31 juli 2026 om 17:00

Aangespoord om de zee op te gaan, zijn wij aangemonsterd op een schip dat de wijde zee overvaart. De haven ligt inmiddels achter ons. De kustlijn wordt steeds kleiner. Alleen de torens zijn nog zichtbaar. Dan verdwijnen ook die achter de horizon. Wij zijn aan boord en hebben gehoord dat wij op moeten passen voor de gevaren die ons dagelijks wachten. Wij hebben het oog omhooggeslagen tot Hem die ons in nood terzijde kan staan. En nu klinkt het hart van de Hollander in het derde couplet van ‘Wie gaat mee overzee.’

Ons Nederland ligt voor een groot deel onder de zeespiegel. Wij hebben als Hollanders land gewonnen uit het water en kunnen met de kennis van het verleden als geen ander land ter wereld de zee bestrijden. Wij houden onze voeten meestal droog waar anderen bang zijn voor dijkdoorbraken of stijgende zeespiegels. De Deltawerken in het bijzonder zijn van wereldklasse.

De kennis die wij hebben opgedaan moest getest en betaald worden. De eeuwenlange welvaart die de zeevaart Nederland bracht, legde mede de basis voor de kennis en de middelen waarmee ons land later de strijd tegen het water kon aangaan. Rijkdom en voorspoed zijn ons land geschonken. Dan loopt het hart van de zeevaarders over, wanneer ze beseffen dat ze, in de voetsporen van hun vaderen, de zee bevaren. Dan klinkt midden op de wereldzee de jubel luid:

 

Een hoezee, een hoezee voor de zee!
Houd het roer recht!
Jongens van Holland, roep het mee!
Hier is 't veld, is het veld voor de held.
Houd het roer recht!
Hier toont de man, wat hij geldt!
Onder 't zeemansbuis, daar is moed nog thuis,
In zijn vuist ligt heel zijn lot
Niemand vreest hij dan God!

 

“Een hoezee voor de zee!” Want al is de zee gevaarlijk, de zee bruist in het hart van de zeelieden. Zij worden gevormd door het zoute water dat hen iedere dag bevochtigt. Zij genieten van de prachtige zonsopgangen en zonsondergangen. Ze likken het zout van de lippen. Zij voelen de zeewind door het haar stromen. Een hoezee voor de zee! Niet alleen omdat de zee er is of omdat zij haar dagelijks bevaren. Maar omdat de zee het werk is van Hem, Die op de derde scheppingsdag de wateren bijeenbracht en de zeeën hun plaats gaf. De zeelieden zien in de zee Zijn kracht, Zijn macht en Zijn schoonheid als een afspiegeling van Hem zelf. De zee is hen als de preek die zij op zondag niet kunnen horen als ze de haven uitgevaren zijn. De zee zelf wordt hun preekstoel. Iedere golf spreekt van Zijn almacht, iedere storm van Zijn majesteit en iedere stilte van Zijn trouw.

"Houd het roer recht!" Een oproep die zich acht keer in dit lied herhaalt. Letterlijk is het voor de stuurman een belangrijke opdracht. Want wie het roer niet recht houdt, vaart te pletter op de rotsen of botst op een passerend schip. Maar wees ook standvastig. Recht die rug! Sta voor je waarden en normen. Heb eigenwaarde. Gooi geen parels voor de zwijnen. Wees zuinig op je identiteit en gooi je reputatie niet te grabbel. Laat verleidingen en angst je leven niet beheersen. Blijf trouw. Aan jezelf, aan de wetten van het land, maar bovenal aan Gods wet. Wijk niet van de rechte paden.

“Jongens van Holland, roep het mee!” Nogmaals klinkt de dringende oproep aan alle Hollandse mannen: Kom! Roep het met ons mee, al ben je niet met ons mee uitgevaren. Misschien ben je een boer op de akker, slijt je je dagen achter de laptop, verzorg je anderen of sta je voor de klas; roep het mee! Want elke Hollander, man of vrouw, wij zijn uit het water geboren. Ons land is erdoor gevormd. Elke Nederlander zou volgens de dichter iets met dat water moeten hebben. Toch? Of ben ik nu als schrijver van dit artikel te gekleurd doordat ik een Zeeuw ben en mijn dagen kan slijten aan de kust?

“Hier is 't veld, is het veld voor de held. Hier toont de man, wat hij geldt!” De zee vormt de zeegangers. Het kan niet anders. Je wordt op jezelf aangewezen. Je ware karakter komt in tijden van grote druk naar boven. Dit geldt overigens niet alleen op zee. Ook op het land leert men zichzelf en de ander kennen wanneer de druk hoog is. Hoe gaat men daarmee om? Welke keuzes durft men op dat moment te maken? Is men in staat om keuzes te maken? Op het land kan men soms nog achteroverleunen. De wereld om je heen draait door. Jij kunt uitrusten en later de keuzes weer aanvangen. Natuurlijk, het is uitstel, geen afstel. Keuzes moeten gemaakt worden.
Hoe anders is dat op zee. Wie onderdeel is van de bemanning kan niet ziek in zijn kooi achterblijven De vooraf toegewezen taken moeten worden uitgevoerd. Wanneer één man zijn taak laat liggen, komt het hele schip in gevaar. Je bijt op je tanden en gaat door.

Is het u opgevallen? Eerder werd er nog gesproken over jongens van Holland, nu staat er dat de man toont wat hij waard is. Op zee leert men respect hebben en keuzes maken. Op zee worden jongens mannen en meisjes vrouwen.

“Onder 't zeemansbuis, daar is moed nog thuis, in zijn vuist ligt heel zijn lot” Onder een zeemansbuis is moed nog thuis. Een uitdrukking die enige toelichting vraagt. Een zeemansbuis is een wollen jas, vroeger veel gedragen door de zeelieden toen er nog geen moderne, vochtwerende maar ademende kleding bestond. Wol heeft de bijzondere eigenschap het lichaam koel te houden bij warmte en warm bij kou. Het ideale kledingstuk om het lichaam te beschermen tegen voortdurend wisselende weersomstandigheden.

Onder die wollen jassen van de zeelieden bevindt zich het kloppende hart van de zeeman. In dat hart is de liefde voor de zee. Daar bevindt zich de moed van de man om de angst opzij te zetten en de keuzes te maken die noodzakelijk zijn. In dat hart ligt ook de zelfbescherming opgesloten. Daarin ligt de zorg voor zijn eigen veiligheid, maar ook voor dat van zijn makkers. Maar dat hart is zondig, dat weet de zeeman ook.

“Niemand vreest hij dan God!” In de laatste regel van dit lied komt men daarop terug. Want wij zijn opgeroepen naar zee te gaan. Wij hebben gehoord dat wij met wijsheid en voorzichtigheid moeten varen. Ons vaderland, gevormd door de zee, moeten wij liefhebben. Ook hebben wij geleerd onze ogen op te slaan naar omhoog. En juist dan krijgt die laatste regel zoveel betekenis.

Zou men na het lezen van dit lied niet gaan denken dat de zeeman voor niets en niemand meer bang is? Want hij is onvervaard en moedig. Maar voor één blijft de zeeman angstig. Hij vreest de Schepper van hemel en aarde. En dat vrezen moet op twee manieren worden uitgelegd. Ten eerste is de zeeman onder de indruk van de macht van Hem. Hij weet dat al zijn arbeid door één wenk van Hem tenietgedaan kan worden. Dat de golven zijn graf kunnen worden. Die zeeman weet: “Zonder God ben ik verloren, of ik nu op zee verga of op het land”.

Maar er is ook nog een ander vrezen. Een vreze die teer is, die lieflijk is. Want de zeemannen die de prediking van de zee hebben verstaan, die Zijn stem hoorden in de wind, die de ogen omhoog gericht hebben en Hem hebben leren kennen, die vrezen God ook op een andere wijze. Die weten dat zij eenmaal zullen thuiskomen in de veilige haven die bij Hem is.

Dan blijken de eenvoudige zeemannen onze leermeesters te zijn. Dan moeten wij ook weten dat het schip van ons leven zal aanmeren in een veilige haven.

Die zeemannen… ze varen in de voetsporen van Hem die eens zelf de zee bevoer. Tijd om de koers te verleggen naar het Meer van Galilea.

Johannes R

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.