Mattheus 6 : 19-21 -
Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen;
Maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen;
Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
Vorige week… mijn donkergroene bank vertelde zijn historie. Hoe hij het huis waarin ik woon al zo lang gadegeslagen had, maar het kwam tot een bitter einde toen hij het huis moest verlaten en ingeruild zou worden voor zijn jongere en hippere broertje.
Welk aards goed kan de tand des tijds weerstaan? Niets. Al het gebruikte verslijt. Al het bewaarde verteert. Al het levende vergaat tot stof.
Niet alles overleeft de eeuwen. Ja, een enkel voorwerp is geconserveerd. Zo denk ik aan bijlen uit het Neolithicum, aan Ötzi, die uit het ijs tevoorschijn kwam, aan de mummies van de farao's, aan de Dode Zeerollen die in een grot gevonden werden en aan de Nachtwacht in het Rijksmuseum. Een enkel voorwerp is voor het nageslacht nog zichtbaar.
Wie langere tijd op dezelfde plek woont, begint vanzelf spullen te verzamelen. Aan al die voorwerpen hangen herinneringen. Zo zijn daar de tinnen kannen die altijd op de schoorsteenmantel bij mijn grootmoeder stonden, de postzegelverzameling van mijn grootvader, de lepel waarmee ik mijn eerste fruithapje at, de knuffel die in mijn wieg heeft gezeten, enzovoorts. Dierbare, tastbare herinneringen aan een vervlogen verleden.
Momenteel is bij mij thuis de grote schoonmaak begonnen. Het huis kraakt van de spullen. Tijd om deze te verdelen onder de stort, de kringloopwinkel en de relaties die zaken willen overnemen. Het artikel van vorige week liet twee vragen bij mij opkomen:
- Mogen wij spullen verzamelen?
- Mogen wij spullen wegdoen?
Wat is hierin nu geoorloofd?
De zoektocht die daarop volgde, leidde mij al snel naar Mattheüs 6, waarvan de woorden aan het begin van dit artikel staan. Wie daarvan uitgaat, zou kunnen zeggen: nee, verzamelen is niet toegestaan. Het gaat niet om aardse goederen en geld; het gaat om hemelse schatten. Die moeten wij verzamelen. Daar moeten wij naar zoeken. Daar ligt het ware geluk.
En ja… dan moet ook ik met schaamte erkennen dat ik daar vaak niet naar zoek. Wie richt zich niet snel op het aardse? Wie wenst er geen leven zonder geldzorgen?
Toch is er in het verzamelen van spullen op zichzelf geen kwaad. Het mag. Wij beheren als rentmeesters de goederen die wij uit Zijn hand ontvangen hebben. Maar… wanneer een ander daar behoefte aan heeft, moeten wij ervan delen. Dat is ook de Bijbelse opdracht. Dan moeten wij uitdelen wat wij kunnen missen. Dan moeten wij vrijmoedig geven, met vreugde in het hart.
Kapotte spullen die niet meer gemaakt kunnen worden, mogen wij wegdoen. Bruikbare spullen mogen naar de kringloop, waar anderen er gebruik van kunnen maken. Zo worden mijn goederen onze goederen, geheel naar de Bijbelse instelling.
Maar los daarvan blijven de herinneringen die aan de goederen kleven wel persoonlijk. Dan weet ik dat anderen spelen met mijn oude speelgoedauto waarmee ik uren rondreed. Zo draagt een ander het overhemd waarin ik mijn diploma ondertekende. Zo wordt de postzegelverzameling van mijn grootvader aangevuld met nieuwe postzegels en zit iemand urenlang met een pincet naar de oude exemplaren te kijken…
Zo krijgen de spullen die aan mij waren toevertrouwd nieuwe rentmeesters en zullen er nieuwe herinneringen aan verbonden worden.
Maar genoeg geschreven voor vandaag… Ik heb nog genoeg op te ruimen om anderen er blij mee te maken!
Johannes R.
Reactie plaatsen
Reacties