Lang heb ik zitten twijfelen of ik de artikelen over de psalmen moest voortzetten. Want wie een christelijke opvoeding heeft genoten, is op de hoogte van de teksten die in de psalmen staan. Toch is er nog zoveel meer te vertellen. Wie herinnert zich nog de verhandelingen over de zangers, de samenzang en de begeleiders? Vorig jaar schreef ik slechts één artikel over de inhoud. Moet ik mij alleen daarover al niet opnieuw bezinnen? Want daarover is toch wel meer te zeggen?
En heb ik alle onderwerpen die met de psalmen samenhangen wel behandeld? Nee, zeker niet. Vandaag duik ik met u in de wereld van de berijmingen.
Velen van ons herkennen alleen de berijmingen van Datheen en 1773, waarbij die van 1773 veruit de meest gebruikte berijming van het gezongen psalmboek is. Zeker in de hervormde kerken maakt men gebruik van de berijming van 1967, ook wel bekend als de nieuwe psalmberijming (DNP). Dan is er nog de berijming van Revius, die op psalmboek.nl te vinden is, en inmiddels ook één van de nieuwere berijmingen van ds. C.J. Meeuse.
Maar dan zijn we er nog lang niet. Een jaar geleden heb ik eens een poging gedaan om alle psalmberijmingen boven tafel te krijgen. Dat bleek een onmogelijke taak, want binnen één uurhad ik al meer dan vijftig berijmingen in het Nederlands gevonden. En nog steeds kom ik nieuwe berijmingen tegen. Deze week nog ontdekte ik een tweede berijming van de hand van Philips van Marnix van Sint-Aldegonde.
De eerste volledig algemeen bekende Nederlandse psalmberijming is die van Petrus Datheen. Hij leverde zijn berijming af op de melodieën van het Geneefse psalter. Omwille van de leesbaarheid van dit artikel laat ik de achtergrond hiervan voorlopig rusten. Philips van Marnix van Sint-Aldegonde was in diezelfde periode bezig met zijn eigen berijming.
Beide berijmingen vertonen sterke overeenkomsten in woordkeuze. Toch is er een groot verschil. Waar Petrus Datheen de woorden soms flink door elkaar husselde en vervormde om ze passend te krijgen, hield Van Sint-Aldegonde meer rekening met de grammaticale volgorde, de leesbaarheid en het metrum. Dat laatste is het ritme van de muziek, waarbij woorden met meerdere lettergrepen zo geplaatst moeten worden dat de klemtoon op de juiste plaats valt.
De oorspronkelijke psalmteksten zijn in het Hebreeuws geschreven. De Statenvertalers hebben gewerkt aan een goede Nederlandse vertaling van deze oorspronkelijke teksten. Toch gaat iedere vertaling onvermijdelijk gepaard met enig verlies van betekenis. De ene taal kent nu eenmaal woorden, uitdrukkingen en nuances die in een andere taal niet op dezelfde manier bestaan of worden gebruikt. Daardoor kan een deel van de rijkdom van de oorspronkelijke tekst verloren gaan.
Vervolgens zijn er, met de Statenvertaling en de grondtekst als uitgangspunt, berijmingen gemaakt die ook nog eens moesten passen op de melodieën van het Geneefse psalter. Dat is een ware uitdaging, zeker wanneer men de tekst ook grammaticaal correct wil houden. Taalkundig en muzikaal komt men daardoor soms in het nauw. Hier hoop ik in een later artikel op terug te komen.
Daarnaast hebben we te maken met de persoonlijke voorkeuren en overtuigingen van de berijmers. Want ja, ook remonstranten hebben psalmen berijmd. Hun theologische overtuigingen kunnen van invloed zijn geweest op de keuzes die zij bij het berijmen maakten.
Met zoveel verschillende berijmingen is het begrijpelijk dat wij ons vooral richten op de berijming van 1773, die op initiatief van de Staten-Generaal tot stand kwam. Toch kan het lezen en vergelijken van andere berijmingen ons veel leren over de inhoud van de psalmen. Een andere belichting van bepaalde woorden kan opeens een heel andere betekenis naar voren brengen. Ik zal daarvan in dit artikel enkele voorbeelden geven. Hierbij heb ik de oud-Nederlandse schrijfwijze gemoderniseerd.
Psalm 65
Statenvertaling Psalm 65 : 2 : “De lofzang is in stilheid tot U, o God! in Sion; en U zal de gelofte betaald worden.”
Berijming 1773 (Ps. 65:2) : “De lofzang klimt uit Sions zalen tot U met stil ontzag”
Berijming 1967 (Ps. 65:2) (DNP)”: “De stilte zingt U toe, o Heere, in uw verheven oord.”
Vaak wordt het tweede couplet van Psalm 65 gezongen. Niet minder vaak klinkt daarbij de lofzang uit Sions zalen. Het orgel zwelt aan en de kelen openen zich tot een lofgedruis. Maar … klopt dat wel met de tekst?
Want de lofzang is in stilheid. De berijmers van DNP hebben de tekst dan ook anders weergegeven. Zij laten het woord lof achterwege en richten de aandacht op de stilte die zingt. Daarmee krijgt de stilte zelf een stem. Het is een andere benadering van dezelfde Bijbeltekst, die ons aan het denken zet over de manier waarop wij de lofzang tot God verheffen.
Psalm 25
Statenvertaling Psalm 25 : 12: “Mem. Wie is de man, die den HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in den weg, dien hij zal hebben te verkiezen”
Berijming 1773 (Ps. 25:6): “Wie heeft lust den HEER te vrezen, ’t allerhoogst en eeuwig goed?”
Berijming Chandelier (Ps. 25:6): “Wie is nu een man met ere, die in ’s Heeren vreze leeft?”
Wanneer het zesde vers van Psalm 25 wordt aangeheven, stijgt het orgel bijna op. Men barst uit in zang: "Wie heeft lust den HEER’ te vrezen?", gevolgd door: "God zal zelf zijn Leidsman wezen." Maar wordt daarmee het vraagteken achter de zin niet genegeerd?
Chandelier stelt de vraag met iets andere woorden, maar maakt de betekenis ervan wel duidelijker. Wie kan er zeggen dat hij met ere in des Heeren vreze leeft?
Is de vraag is een oproep om massaal de lof aan te heffen, of gaat dit om een vraag tot zelfonderzoek. Wie kan oprecht zeggen: "Ik ben het, die de Heere van harte vreest en Hem de lof toe wil brengen?" Velen zullen het hoofd moeten buigen en moeten zeggen: "Nee, ik geenszins."
Wel klinkt de belofte dat God, wanneer het antwoord "Ja, ik, van ganser harte" weerklinkt, Zelf zijn Leidsman wil wezen.
Psalm 81
Statenvertaling Psalm 81 : 11b : “doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen”
Berijming 1773 (Ps. 81:12): “"Opent uwen mond; eist van Mij vrijmoedig, op mijn trouwverbond; al wat u ontbreekt, schenk Ik, zo gij 't smeekt, mild en overvloedig."
Berijming Petrus Datheen (Ps. 81:12): “Opent uwen mond zeer wijd onbeladen, Ik zal hem terstond met goede spijze, naar Mijne wijze rijkelijk verzaden.”
Berijming De Brune (de Oude) (Ps. 81:8b): “Wijdert uwen mond, Ik zal hem vullen”
De Statenvertaling is kort en krachtig. Toch heeft deze tekst menig dichter ertoe gebracht een volledig couplet voor de 81ste psalm te schrijven. De berijming van 1773 kiest ervoor om te verwijzen naar het trouwverbond. Petrus Datheen vermeldt alleen dat er overvloedig goede spijze geschonken zal worden om rijkelijk te verzadigen. De Brune (de Oude) houdt het bij de Bijbeltekst en gebruikt slechts twee regels om de woorden op zangwijze weer te geven.
Wat is er nu juist? Een moeilijke kwestie. Want achter de woorden van de Statenvertaling gaat een grote belofte schuil. Dat menig dichter hiernaar verwijst, is dan ook logisch. De belofte van de genade des Heeren en de oproep om hierom te smeken, krijgen nadruk. Waar Datheen dit doet met de (tegenwoordig) onbegrijpelijke woorden ‘zeer wijd onbeladen’, kiest de berijming van 1773 ervoor om aan te sporen vrijmoedig te eisen op grond van het trouwverbond. Daartegenover staat De Brune (de Oude), met een tekst zonder poespas en aanvullingen.
Wie heeft het juist?
Het zijn slechts enkele voorbeelden. Maar besef dat iedere berijming haar eigen plus- en minpunten heeft. Zelf zing ik graag uit verschillende berijmingen. Hierdoor wordt de inhoud na iedere psalmzang rijker en duidelijker. Het vergelijken van de teksten en het kritisch bekijken ervan leren ons steeds meer over de rijke inhoud van het psalmboek en vergroten onze waardering ervoor. Hopelijk geldt dat ook voor u.
Ik rijd in mijn auto naar een volgende afspraak. Een instrumentale versie van Psalm 47:3 klinkt door de luidsprekers. In mijn hoofd zing ik de woorden mee. Nee, het zijn niet de woorden van Revius: "Singet, singt den Heer. Singet, singt syn eer." Of die van ds. C.J. Meeuse: "Psalmzing nu Gods lof, u die woont in ’t stof."
Dan komen de woorden van 1773 in mijn gedachten: "Heft den lofzang aan, zingt Zijn wonderdaân."
Dan grijp ik automatisch terug naar de berijming die mij het nauwst aan het hart ligt. Ik grijp terug naar de woorden waarmee ik ben grootgebracht. En zo hef ik, samen met de dichters van 'Laus Deo, Salus Populo', de lofzang aan!
Johannes R
Reactie plaatsen
Reacties