De rechte weg kennen

Gepubliceerd op 30 oktober 2026 om 17:00

Morgen is het de herdenking van de Hervormingsdag. Wij gedenken dat de Heere Zelf de leer heeft gezuiverd van de Roomse dwalingen. Ieder jaar schrijf ik ter gedachtenis hieraan een artikel.

Over het Lutherlied ‘Een vaste Burcht’ schreef ik eerder:

Vorig jaar maakte ik een begin met de behandeling van Bachs cantate Gott der Herr ist Sonn und Schild (BWV 79).

Dit jaar vervolgen wij onze behandeling met de delen 3 en 4 van deze cantate:

  1. Koor: Gott der Herr is Sonn und Schild
  2. Aria: Gott ist unsre Sonn und Schild!
  3. Koraal: Nun danket alle Gott
  4. Recitatief: Gottlob, wir wissen
  5. Aria/Duet: Gott, ach Gott, verlaß die Deinen nimmermehr!
  6. Koraal: Erhalt uns in der Wahrheit

Bach besluit het tweede deel, de aria, met een beeld van de lasterhond: de duivel, die als een briesende leeuw rondgaat om te verslinden en te vernielen wat God ten goede heeft geschapen. Vorig jaar haalde ik het Lutherlied nog even aan:

‘De duivel rukt vast aan met opgestoken vaandels. Hij draagt zijn rusting nog, maar zal als kaf verdwijnen.’

Wel gromt en tiert de boze, blaft de lasterhond, tot in alle eeuwigheid. De gevallen engelen zullen nooit meer de zaligheid kunnen vinden. Zij zullen nooit gelukkig zijn. En in hun ellende trekken zij mee wie zij mee kunnen trekken.

Ontzaglijk diep zijn de diepten die ons wachten wanneer dat ons deel zal zijn. In het hart stijgt het gebed op: ‘Uit de diepen roep ik tot U, o HEER’, merk op mijn jammerklacht!’ (Psalm 130).

Nee, Bach blijft niet hangen bij deze lasterhond. Want wij weten toch: ‘Beef, Satan! Hij die ons geleid zal u de vaandels doen strijken. Al de ellende die u ons aandoet, brengt u geen gewin! Als Hij ons, door Sola Gratia, van de dood redt, zult u dat niet kunnen tegenhouden, duivel! U zult verliezen!’

Dan barst het koor los in dank! Dank aan de HEERE, Die ons steeds weer, na veel ramp en druk, zegen en geluk schenkt! En dat met de bekende woorden:

Nun danket alle Gott
Dankt, dankt nu allen God,
mit Herzen, Mund und Händen.
met hart en mond en handen.
der große Dinge tut
Die grote dingen doet
an uns und allen Enden,
hier en in alle landen.
der uns von Mutterleib
und Kindesbeinen an
Die ons van kindsbeen aan,
ja, van de moederschoot,
unzählig viel zugut
und noch itzund getan.
Ontelbaar veel goeds
heeft gedaan en nog altijd doet.

 

Dankt allen God! Oprecht en met grote vreugde. Springt op in de HEERE, verheugd! En Bach (of beter gezegd: Martin Rinckart) erkent dat wij Hem moeten loven met geheel ons hart, met geheel onze ziel, met geheel ons verstand en met al onze krachten. Zoals het Heilig Avondmaalsformulier het verwoordt. Of, zoals het hier omschreven staat: met hart, mond en handen.

Met het hart, zoals Psalm 9 verwoordt: ‘Ik zal met al mijn hart den HEER’, blijmoedig geven lof en eer.’
Met onze mond, zoals in Psalm 32 staat: ‘Verheft uw blijde klanken, verheugd in God, naar waarde nooit te danken.’
En met onze handen, zoals Psalm 90 ons voorhoudt: ‘Sterk onze hand, en zegen onze vlijt; bekroon ons werk, en nu, en t' allen tijd.’

Want God doet grote dingen, hier en in alle landen. Of zien wij dat niet meer?

Het doet mij denken aan een gesprek dat ik eerder vandaag had. Het ging over de wijze waarop God Zijn kandelaar kan verplaatsen. De zeven gemeenten in Klein-Azië, die wij kennen uit het boek Openbaring, waren gemeenten van Christus. Vandaag is er van die gemeenten weinig tot niets meer over. Ze zijn vervlogen, verdwenen in de tijd.

Ook in ons vaderland brokkelen de fundamenten van de leer van de Reformatie af. Wanneer de grondvesten van het protestantse geloof verdwijnen, zullen de kerken ongegrond blijken en uiteindelijk zeker instorten.

Toch… wat wordt er nog een werk besteed aan ons Nederland!

In de Tweede Kamer ligt de Statenvertaling nog op de tafel van de voorzitter. Regelmatig mag deze worden geopend en klinken de woorden ervan door de overheidsgebouwen. In de kerken liggen de geopende Bijbels nog op de kansels. In de huiskamers staan de met goud beslagen Bijbels in de kasten. Bij veel bedrijven wordt vastgehouden aan de christelijke grondslag. Op de scholen worden de kinderen uit Gods Woord onderwezen.

God doet nog grote dingen aan ons Nederland.

Al draaien de boeren hun vlaggen om, al vermoorden wij dagelijks onze landgenoten door abortus en euthanasie en wordt de vuist gebald tegen het christendom… wij leven nog in vrede. De akkers hebben hun vruchten voortgebracht. Wij mogen in vrijheid leven. Dan mogen wij Hem daar toch diep dankbaar voor zijn? Hij heeft Zijn hand nog niet van ons afgewend. Zijn lankmoedigheid over ons duurt nog voort. En niet alleen over ons, maar tot aan de einden der aarde.

God zorgt, in het bijzonder voor Zijn volk, van kindsbeen aan.
‘Gij immers, HEER, Gij zijt het, door Wiens macht ik uit den buik weleer ben voortgebracht’ (Psalm 22).

Iedere dag, ieder uur. God geeft ons de kracht voor alles wat wij doen.
‘Hij geeft den moede kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft’ (Jesaja 40:29).

Ontelbaar veel goeds komt er uit Zijn hand. Van de groene bladeren in de lente tot de kale bomen in de winter, van een mosterdzaadje tot de korenaar, van de regen en de zon, van de dag tot de nacht. Ja, van alles wat door Zijn hand is voortgebracht.

En nee, hier mag ik niet voorbijgaan aan de eerder genoemde woorden Sola Gratia. Want ook dat lag in Zijn eeuwig besluit. Hij zou Zijn Zoon zenden om voor de zonden van Zijn volk te betalen.
‘Door zulk een Middelaar, Die tegelijk waarachtig God en een waarachtig, rechtvaardig mens is’ (Kort Begrip, antwoord 14).

Na dit lofkoraal wordt Bach duidelijker in wat hij met deze cantate wil zeggen. In het vierde deel houdt hij ons de volgende tekst voor:

Gottlob, wir wissen den rechten Weg zur Seligkeit; denn, Jesu, du hast ihn uns durch dein Wort gewiesen, drum bleibt dein Name jederzeit gepriesen.
God zij geloofd, wij kennen de rechte weg naar de zaligheid: want Jezus, U heeft die ons gewezen door Uw woord, daarom zal Uw naam voor altijd geprezen worden.
Weil aber viele noch zu dieser Zeit an fremdem Joch aus Blindheit ziehen müssen, ach! So erbarme dich auch ihrer gnädiglich, daß sie den rechten Weg erkennen und dich bloß ihren Mittler nennen.
Maar omdat velen in deze tijd nog onder een vreemd juk gebukt moeten gaan, ach, ontferm U ook genadig over hen, zodat zij de juiste weg leren kennen en U alleen hun Middelaar noemen mogen.

 

Hoe helder en klaar beschrijft Bach in dit recitatief waarom hij deze cantate juist voor de Hervormingsdag schreef! Want in het kort worden ons de artikelen van de Heidelbergse Catechismus voorgehouden. Of kan ik beter zeggen: is dit niet een gedeelte van het Kort Begrip?

Bach gelooft: de leer die wij kennen, is de leer die in het Oude en Nieuwe Testament en in de artikelen van het christelijk geloof begrepen is: de enige waarachtige en volkomen leer der zaligheid (Doopformulier).

Het is de leer van Luther en Calvijn, van Zwingli en al die anderen die hen gevolgd zijn. Maar bovenal is het de leer van Zijn Zoon, de leer die wordt geopenbaard in Gods Woord. De Bijbel, waarover ik al eerder schreef.

Daarin wordt de weg gewezen die naar de zaligheid leidt:
‘Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden’ (Mattheüs 7:13-14).

Die weg wordt helder gewezen in Gods Woord. Het is alsof door de woorden van dit recitatief het gebed uit Psalm 119:67 weerklinkt:
‘Maak in Uw woord mijn gang en treden vast, opdat ik mij niet van Uw paân moog' keren.’

Dat dit gebed toch gedurig in ons hart mocht zijn!

Want Bach weet: de leugenprofeten zijn alom. Zelf richt hij zich tegen de Roomse Kerk wanneer hij het heeft over een ‘vreemd juk’. Ook deze tijd kent zijn vreemde jukken. De Roomse Kerk is nog steeds de grootste, maar vele andere religies hebben eveneens hun intrede gedaan. Ook binnen het christendom bestaat veel verschil. Alverzoening, algemene verzoening, remonstrantisme… de woorden klinken door de kerken en beïnvloeden de toehoorders. Zijn dat geen vreemde jukken?

Bach ziet de dwalingen. Het is alsof hij bidt met de woorden uit Gods Woord en Geest:
‘O, Vader van de lichten, leer ons Uw Woord verstaan; dat kan de zielen stichten van hen die nog dwalend gaan.’

Want Bach weet ook: er is maar één weg ter zaligheid. En die is alleen beschikbaar voor hen die Hem waarlijk hun Middelaar mogen noemen. Die Hem kennen als hun Redder.

En u, en ik? Kennen wij die Middelaar? Weten wij dat Hij ook onze Middelaar is?

Kort begrip, vraag en antwoord 15:
Wie is die Middelaar?
Onze Heere Jezus Christus, Die in één Persoon waarachtig God en een waarachtig, rechtvaardig mens is.

Johannes R

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.